Ruim zes jaar na het tragische overlijden van de 14-jarige Tamar uit Marken heeft de rechtbank in Haarlem een einde gemaakt aan een van de meest spraakmakende verkeerszaken van de afgelopen jaren. De bestuurder die ervan werd verdacht het meisje in de zomer van 2020 te hebben aangereden en vervolgens te zijn doorgereden, is volledig vrijgesproken. De uitspraak leidde tot emotionele taferelen in de rechtszaal, waar de ouders van Tamar aanwezig waren. Toen duidelijk werd dat de rechtbank tot vrijspraak zou komen, verlieten zij zichtbaar geëmotioneerd de zittingszaal. Daarmee eindigt een langdurige juridische strijd die voor de nabestaanden gepaard ging met onzekerheid, verdriet en de voortdurende zoektocht naar antwoorden over de gebeurtenissen op de Zeedijk tussen Marken en Monnickendam.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig of nalatig had gereden. Volgens de rechters reed de
automobilist niet harder dan toegestaan en keek hij slechts kort naar een navigatiescherm dat door een passagier werd vastgehouden.
Deskundigenrapporten speelden een belangrijke rol bij het oordeel. Op basis van letselonderzoek concludeerden experts dat Tamar vermoedelijk al op het wegdek lag voordat zij werd aangereden. Omdat zij geen verwondingen aan haar benen had, kon de rechtbank niet vaststellen dat zij op dat moment liep of fietste.
Daarnaast werd meegewogen dat het incident plaatsvond op een donkere, rustige dijk zonder bebouwing, waar bestuurders volgens de rechtbank op dat tijdstip geen voetgangers of fietsers hoefden te verwachten. Daardoor kon niet worden bewezen dat de bestuurder haar tijdig had kunnen waarnemen of het ongeval had kunnen voorkomen, zo meldt onder andere meerdere
nieuwssites.
Ook het verwijt dat de automobilist de plaats van het ongeval had verlaten zonder hulp te verlenen, hield volgens de rechtbank geen stand. Uit het strafdossier bleek onvoldoende dat de bestuurder wist of redelijkerwijs moest begrijpen dat hij een persoon had geraakt. Aan de Mazda werd geen schade vastgesteld die ondubbelzinnig wees op een botsing met een mens.
De verdachte verklaarde steeds dat hij dacht over een dier te zijn gereden. Daarnaast zag de rechtbank onvoldoende bewijs voor de stelling dat Tamar na de aanrijding door de inzittenden zou zijn verplaatst. Er werden geen doorslaggevende dna-sporen in de
auto aangetroffen en volgens deskundigen kon niet worden uitgesloten dat het slachtoffer zichzelf nog richting de berm had bewogen. Hoewel de ouders van Tamar en hun advocaat overtuigd blijven dat zij na het ongeval is versleept, achtte de rechtbank daarvoor onvoldoende juridisch bewijs aanwezig. Hierdoor volgde vrijspraak voor alle ten laste gelegde feiten.
Het Openbaar Ministerie had eind juni nog een gevangenisstraf van acht weken geëist, waarvan twee weken voor het gebruik van een mobiele telefoon tijdens het rijden en zes weken voor het vermeende doorrijden na de aanrijding.
Met de volledige vrijspraak vervalt ook de eerder opgelegde boete voor het vasthouden van een telefoon tijdens het rijden. De zaak kreeg jarenlang veel aandacht, mede doordat de verdachte in Duitsland woonde en het overlijden van Tamar grote maatschappelijke impact had. De toedracht van de fatale nacht blijft ondanks de uitspraak voor een belangrijk deel onduidelijk. Zo is nog altijd niet vastgesteld waarom Tamar zich in de nacht op de afgelegen Zeedijk bevond en onder welke omstandigheden zij op de rijbaan terechtkwam. Voor haar nabestaanden betekent de uitspraak het einde van de strafzaak, maar niet van de vragen die hen al jaren bezighouden. De tragische gebeurtenis blijft daarmee een van de meest ingrijpende en emotionele verkeerszaken van de afgelopen jaren.